Protestantse onhandigheid met carnaval

Voor de meeste protestanten blijft carnaval een moeilijk te pakken verschijnsel. Zeker als je een protestant van boven de grote rivieren bent. Daar komt carnaval ook voor, maar in veel mindere mate. In mijn jeugd – ik ben opgegroeid in de Haarlemmermeerpolder – heb ik nooit enige carnavalsvierder van dichtbij gezien.

Met ons trouwen veranderde dit.
Van 1988 tot 1993 woonden we in Deventer.
Deventer kent een stevige rooms-katholieke populatie.
En dat was te merken: bij goed weer ging men lekker los: ons huis lag aan een steegje dicht bij de Brink, en tot diep in de nacht hoorden wij alle carnavalskrakers voorbij trekken.

Nu wonen wij al weer ruim 15 jaar in Eindhoven.
Verondersteld zou kunnen worden dat wij inmiddels zodanig met het sop van het carnavalsvirus zijn overgoten, dat we carnaval óf de normaalste zaak van de wereld vinden, óf zelfs toegetreden zijn tot een van de carnavalsverenigingen die Eindhoven rijk is.

Geen van de twee is het geval.
Dat zeg ik: voor protestanten blijft carnaval een moeilijk grijpbaar iets.
Wat is het idee eigenlijk achter carnaval?
Waar komt het vandaan?

  1. Carnaval zou van ‘carne vale’ (of: ‘carnem levare’) komen. Dat betekent iets in de trant van: ‘vaarwel aan het vlees’. Een verwijzing naar een oud gebruik om voorafgaande aan de vastentijd nog even de bloemetjes buiten te zetten. Behalve dat er aan vlees in de letterlijke zin gedacht kan worden (op vette dinsdag moest al het vlees dat er nog in huis was, opgemaakt worden omdat het anders zou bederven), kan er ook aan de lusten van het vlees gedacht worden. Waarschijnlijk ligt de oorsprong in het middeleeuwse Italië, waar het gemaskerd bal veel toeschouwers trok. Mogelijk gaat het zelfs terug op nog oudere festijnen. Zo vertoont het carnaval veel overeenkomsten met de Romeinse Saturnaliën.
  1. De historie van carnaval laat zien dat er altijd een nauwe connectie bestaan heeft tussen feestvieren/ontspannen, en de vastentijd. Officieel gaat carnaval op zondag in en loopt af op dinsdagavond. Op woensdag begint de 40-dagentijd, tijd van bezinning.

Nogal wat mensen vinden het leven zwaar.
Af en toe moet je eens even uit de band kunnen springen.
Daar zijn veel protestanten niet zo goed in, het zijn slechte feestvierders.
Ze vragen zich al gauw af of dit wel de manier is waarop God wil dat we uit ons dak gaan.
Ze hebben moeite om een Bijbelse legitimatie voor een feest à la carnaval te vinden.

Wat ik – inderdaad – jammer vind is, dat het erop lijkt, dat een toenemend aantal carnavalsvierders wel de lusten wil (carnaval), maar niet de lasten (vastentijd). Eerlijk gezegd heb ik dan soms meer respect voor de moslims: die doen het suikerfeest ná de ramadan!

En toch, ook al ben ik protestant, het fenomeen blijft me intrigeren. Misschien wel omdat ik vermoed – ergens – dat ‘waarlijk carnaval vieren’ in de grond een diepzinnige zaak is.

Ds. Aart van der Maarl