Nood leert bidden – de veelvormigheid van het gebed

Diverse onderzoeken (ook in ons eigen land) hebben aangetoond dat bidden vaak voorkomt. Of men nu gelovig is of niet, gebed blijkt onverminderd populair. Wij, mensen, zijn niet altijd zo zeker van onze zaak. Het kan een tijd op rolletjes gaan (of die schijn hebben), maar dan opeens gebeurt er iets en we liggen op onze gat. Zij die van het kerkelijke erf komen, zullen dan wel teruggrijpen op God, zal het niet?!

Handelingen 16 – en soortgelijke verhalen in de Bijbel – laat ons zien dat niet alleen ingewijden de weg tot God vinden, maar ook degenen die nog niet zijn ingevoerd.

Handelingen 16, vers 30-31:

Hij (de cipier) bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus Christus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’

Wauw.

Een volkomen ‘heidense’ gevangenbewaarder (cipier) bidt/smeekt om hulp – er is net een aardbeving geweest, vanuit zijn perspectief ziet de situatie er hopeloos uit – en zijn gebed wordt verhoord!

Maar kun je dit wel een gebed noemen? Hij richt zich niet tot God, maar tot Paulus en Silas! Hier komen we op de veelvormigheid van het gebed. Normaliter (of zo u wilt: idealiter, let op, bij beide woorden ligt de klemtóón op de a) richt een mens in de penarie zich tot God, maar in voorkomende gevallen kan zo’n ‘verzoek om hulp’ ook zomaar via een medemens – zij het een gelovige medemens – verlopen.

Of zelfs via een peinzen, een alleen met jezelf zijn en je gedachten de vrije loop laten.

Een voorbeeld hiervan vinden we in Genesis 24 vers 63.

Isaak is op een belangrijk kruispunt in zijn leven gekomen. Er is veel gebeurd, er gaat veel gebeuren. Hoe het zal worden, weet hij niet. De toekomst is onzeker. Met wat voor vrouw zal Eliézer terugkomen? Hij voelt zich eenzaam, hij mist zijn moeder (die net overleden is).

Als het avond wordt, trekt hij zijn jas aan om een luchtje te scheppen.

Waar ga je heen, zal Abraham gevraagd hebben.

Even een eindje om, pa.

Isaak ging tegen het vallen van de avond het veld in om te treuren, zegt vers 63 (NBV).

Interessant is dat de vertalingen in vers 63 nogal verschillen.

De Willibrord vertaling heeft: Isaak ging wat afleiding zoeken.

De NBG heeft: hij ging het veld in om te peinzen.

De HSV: om te bidden.

De veelvormigheid, de veelkleurigheid van het gebed. Als het er echt om spant, kan onze nood op meerdere wijzen bij God terecht komen. Is dat niet bemoedigend?!

Ds. Aart van der Maarl